Het ontstaan van Wijnhandel Peeters

Van proeflokaal tot ‘scheepvaartcafé’
De Scheepvaart zat Marinus Peeters in het bloed. Dat bleef zo toen hij zijn zeemansbestaan vaarwel zei. Eenmaal aan de wal werd hij pachter van een café in Schiemond, een veerhuis aan de Schiehaven waar de boten naar Pernis en het heen-en-weertje naar de Heijplaat aanlegden. Maar Marinus werkte liever voor zichzelf. Daarom kocht hij in 1928 een‘ Volledige vergunning voor de verkoop van dranken per maat en per glas’ en begon een proeflokaal in de Westerstraat… toevallig(?) gelegen in het Rotterdamse Scheepvaartkwartier.

Westerstraat: proeven wat je kocht
Marinus’ oudste zoon, ook een Marinus, geboren in 1925, herinnert zich dat de Westerstraat bijna geheel in beslag werd genomen door bedrijven. ’’Er stonden twee mooie grote pakhuizen naast elkaar. Op nummer 2 zat een shipchandler en op nummer 4 ging vader aan de slag. Het was een proeflokaal, dus dat betekende dat je kon proeven wat je kocht.’’ Een andere buurman in de Westerstraat was Tissot, een distillateur en wijnimporteur. ’’Daar werkte vader mee samen,’’ gaat Marinus jr. verder. ’’Hij verkocht in het proeflokaal aardig wat gedistilleerd aan de zeelui. Die stapten vlakbij op de Spido, waarmee ze naar de schepen in de Maashaven werden gebracht. Wijn werd voornamelijk verkocht aan gegoede families. Ook daar waren er veel van in het Scheepvaartkwartier.’’

Westerstraat

Scheeptimmermanslaan: trefpunt voor de scheepvaartwereld
Officieel heette het proeflokaal ‘De Beurs’, maar stond al gauw bekend als ‘Café Peeters’. In 1937 vertrok Marinus sr. uit de Westerstraat en nam een groot café over aan de Scheeptimmermanslaan nummer 18. ‘‘Vanaf dat moment gingen z’n activiteiten meer de kant van de horeca op,’’ vertelt zijn zoon. ‘‘Dat wil zeggen dat hij steeds meer ging schenken. Hoewel hij nog wel whiskey verkocht, daar was hij gek op. Hij had een aanzienlijke verscheidenheid aan whiskies.’’

Het café aan de Scheepstimmermanslaan was geen doorsnee-kroeg, zegt Marinus jr. ‘‘Vader was een goedgeklede heer en er liepen twee kelners rond. De zaak werd een trefpunt voor allerlei negotianten uit de scheepvaartwereld. Zeekapitein, shipchandlers, waterklerken… ze hielden daar gewoon kantoor’’

Ordentelijk
Het zakelijke karakter van ‘De Beurs’ / ‘Café Peeters’ werd onderstreept door de openingstijden: vanaf 6 uur ’s morgens open, maar ’s avonds dicht. Marinus sr. zag er hoogstpersoonlijk op toe dat de sfeer ordentelijk bleef. ‘‘Klanten die te veel hadden gedronken, stuurde hij naar huis. En dan lette hij ook op of ze ook écht gingen en niet stiekem een ander café indoken,’’ herinnert zijn zoon zich.
‘‘Je kon merken dat vader vroeger stoker was geweest, hij was enorm sterk. Klanten die vervelend deden tilde hij gewoon op en dan zette hij ze buiten weer neer. Iemand noemde hem eens ‘Son of a bitch’ – die heeft hij op z’n gezicht geslagen. Zonder een woord te zeggen. Hij was een zwijgzame man. Maar iedereen had respect voor hem.’’

Alles op in ‘ 44
In 1940 werd het allemaal anders. En vooral: minder. Marinus Peeters sr. slaagde erin het café open te houden tot 1944. ‘‘Op een gegeven ogenblik was het enige dat Pa nog in de kelder had liggen een voorraadje Arak, Indonesische rijstjenever,’’ vertelt Marinus jr. ‘‘Maar dat had hij in de hongerwinter hard nodig als ruilmiddel. En toen was alles op.’’


Een zeeheldenverhaal

Zeemansverhaal Marinus Peeters sr.

In de vroege morgen van 16 maart 1913 stoomde de sleper IJmuiden de haven uit, het Engelse vrachtschip Eastwell tegemoet. Ter plekke aangekomen zag sleepbootkapitein Nannie van der Wiele meteen dat het mis was met de Eastwell. De storm, de hoge zee en de zware vloed hadden het gloednieuwe, 7200 ton wegende gevaarte onbestuurbaar gemaakt. Even later gebeurde het onvermijdelijke: de Eastwell dreef dwars weg en werd midscheeps geramd door de zware betonblokken van de IJmuidense Noordpier. Vijftig jaar later stond het drama stoker/machinist Marinus Peeters nog levendig voor de geest. Bij de herdenking van de ramp in 1963 vertelde hij het Rotterdamsch Nieuwsblad dat Eastwell ‘al bij de eerste seconde verloren was.’ ‘‘Zinken als een baksteen en de stoom vloog de schoorsteen uit. De zeeën liepen direct dwars over het schip. Voorop stonden de eerste stuurman en wat volk (…) Dat moest gauw redden zijn of ze maakten een goede kans om te verdrinken.’’

Wat toen volgde was een staaltje koelbloedigheid door kapitein Van der Wiele, een stuurmansprestatie die daags na de ramp door het Haarlems Dagblad werd bejubeld als ‘grenzend aan het bovenmenschelijke’. ’’Niet bedacht op eigen lijfsbehoud (…) heeft hij de haast ongelooflijke daad verricht met zijn schip tusschen de Noordpier en de Eastwell zich te wagen en met de achterzijde van zijn schip de bakboordsteven van de Eastwell te naderen.’’ Hachelijk manoeuvrerend vanuit deze levensgevaarlijke positie lukte het uiteindelijk alle 75 opvarenden van de Eastwell op de IJmuiden over te zetten. De reddingsactie was de sensatie van het jaar. Het haalde alle kranten. Natuurlijk werd de bemanning van de IJmuiden de hemel in geprezen. Ook Marinus. ’’Van den machinist werd buitengewone krachtinspanning geëischt,’’ schreef het Haarlems Dagblad, ’’Daar hij alleen de machine moest bedienen en alles op alles moest worden gezet om geen stoom te verliezen.’’ Een heldenrol die de bescheiden Marinus in 1963 tegenover het RN op typerende wijze zou relativeren: ’’De eerste geredden waren een stelletje matrozen die m’n machinekamer kwamen binnenvallen. Beste jongens die me direct gingen helpen met stoken.’’ Het bleef niet bij verbale lofuitingen. ’’Ze hebben ons die volgende dagen van het ene feest naar het andere gesleept,’’ memoreerde Marinus in 1963. En de onderscheidingen stroomden binnen – van de reddingsmaatschappij, van de rederijen… zelfs koning George V van Engeland en koningin Wilhelmina stuurden medailles aan de ‘kranige zeelieden’ van IJmuiden. Maar het mooiste blijft natuurlijk het verhaal, waard om keer op keer te worden doorverteld.

Een gevestigde reputatie in herrijzend Rotterdam

Een gevestigde reputatie in herrijzend Rotterdam
Schraalhans was keukenmeester in de eerste jaren na de oorlog. Het kostte doorzettingsvermogen en vindingrijkheid om Café ‘De Beurs’ weer op gang te krijgen. Gelukkig was Marinus Peeters sr. niet bang voor een uitdaging. Sterker, hij nam er nog een bij: de leeggekomen slijterij twee deuren verderop. Daar ging zoon Marinus jr. aan de slag. Tegen het decor van herrijzend Rotterdam groeide Wijnhandel Peeters uit tot een zaak met zijn gevestigde reputatie.

Etalage Scheepstimmermanslaan

Oppakken wat je kon
“Het was schooien om aan handel te komen,” herinnert Marinus jr. zich. “Je moest van alles verzinnen en je pakte op wat je kon oppakken. Kwam er een koopman langs met een vat Malaga, dan haalden wij gauw flessen om het te bottelen. Ook het bier bottelden we zelf bij de leverancier. Ik heb zelfs nog limonadesiroop gemaakt met behulp van melasse. Je kocht wat er was en wat je in je vingers kreeg verwerkte je.”

Exclusieve etalages
Eind jaren veertig kwamen er weer wat deviezen. “Toen kreeg ik de kans om van de wijnhandel een leuk bedrijf te maken,” vertelt Marinus jr. “Ik ben gaan prakkizeren over reclame en hoe ik de aandacht op de zaak kon vestigen. We zijn begonnen met de bestelauto. Die hebben we zó verlicht dat het een rijdende etalage werd. Dat was een klapper.” Maar de échte etalages van de zaak aan de Scheepstimmermanslaan waren een minstens zo eclatant succes. Een bevriende winkelier leende Marinus jr. zijn etaleur uit. “In plaats van stom flessen neer te zetten ging die man écht ‘etaleren’. Die etalages gaven de zaak een exclusieve uitstraling en dat sloeg aan. Begin jaren vijftig hebben we er nog een prijs mee gewonnen, een rondvlucht boven Schiphol met Martinair. Zaten we in een Dakota met Martin Schröder zelf aan de stuurknuppel!”

     Hoek Zalmhaven - café en wijnhandel Peeters          Etalage auto

Zeelui en havenbarronnen
Halverwege de jaren vijftig besloot Marinus sr. het rustiger aan te doen. Marinus jr. nam Café ‘De Beurs’ over en zijn jongere broer Dick stapte in de wijnhandel. Dick trouwde in 1958 met Carla Langendam, die zich de levendige sfeer van die tijd nog goed herinnert. “In de slijterij kwam van alles langs. Ook de dames van Katendrecht: die voeren met het bootje over en hadden dan flink aangeschoten zeelui bij zich.“Maar er was ook een ander soort klanten.“Ik heb vele havenbaronnen in de zaak gehad,” vertelt Carla. “En we kregen bestellingen voor de “Groene Draeck”, het jacht van prinses Beatrix in de Veerhaven. Het Scheepvaartkwartier was typisch een buurt waar je als winkelier moest kunnen horen, zien en zwijgen.”


Vasteland (1966)Primeur aan het Vasteland
Aan die kleurrijke dagen kwam een einde toen medio jaren zestig de Westzeedijk werd opgehoogd. Dat betekende de slopershamer voor de oostzijde van de Scheepstimmermanslaan en het einde van Café ‘De Beurs’. Maar niet van Wijnhandel Peeters, die in 1966 naar het vernieuwde Vasteland verhuisde. Het was een hele primeur in die dagen: de opening van de eerste winkel in dit hypermoderne pand. Het Slijtersvakblad wijdde er bijna twee pagina’s aan en roemde het gebouw– een ‘kapitale winkelgalerij’ – en de royale, moderne uitstraling van de nieuwe winkel.

Deftig in Rotterdam
De tijden waren dan wel veranderd, de deftige klanten uit het Scheepvaartkwartier wisten nog altijd hun weg naar Wijnhandel Peeters te vinden. Lachend herinnert Carla zich een bekende havenbaron.“Die kwam me op zaterdag weleens helpen in de zaak. Dat vond hij ontspannend, ‘tonicum’ noemde hij het. Hij stond in de ruimte achter de winkel wijnkistjes dicht te timmeren.” Dat kan, geloof ik, alleen in Rotterdam.”

Creatief inspelen op woelige tijden

‘Woelige tijden’ – zo zijn de afgelopen 25 jaar wel te omschrijven. De maatschappij veranderde ingrijpend en op economisch gebied wisselden hoog- en laagtij elkaar af. Om in het topsegment van de markt staande te blijven moest Wijnhandel Peeters de nodige creativiteit uit de kast halen. De winkel onderging een metamorfose en het aanbod werd exclusiever en luxueuzer dan ooit.

Terug naar de ‘scheepvaartstijl’
In 1976 nam Carla Peeters-Langendam een compagnon in de zaak: Bram van Leeuwen. “Bram kwam uit het reclamevak,” vertelt Carla. “Hij had heel goede ideeën over hoe de winkel moest worden veranderd. Hij is de grondlegger van hoe het er nu uitziet.” Het lichte interieur uit de jaren zestig maakte plaats voor een inrichting die de klassieke ‘scheepvaartstijl’ weer terugbracht. Compleet met lambrizeringen, koperwerk en donkerrode accenten. “Het was geïnspireerd op de oude oceaanstomers,” aldus Carla. “De klanten vonden het rustgevend en uitnodigend.” Boven de winkel richtte Bram de ‘Gelachkamer’ in. Geen echt café zoals destijds ‘De Beurs’, maar wel net als ‘De Beurs’ een plek waar zakenmensen in alle rust hun besprekingen konden voeren. “Bedrijven konden lid worden van de Gelachkamer,” vertelt Carla. “Dan kregen ze een penning en een eigen kastje met hun naam erop. Het was een groot succes.”

Gelachkamer          Schrootjesplafond

Visuele presentatie

In diezelfde tijd werd ook gestart met wijnproeverijen. Maar alle goede plannen ten spijt, de economie wilde niet meewerken. In het Scheepvaartkwartier, dat het moest hebben van z’n bedrijvigheid, stond halverwege de jaren tachtig meer dan de helft van de kantoren leeg. Een ontwikkeling waarop creatief moest worden ingespeeld. Daarom begon Carla, na het overlijden van Bram in 1987, steeds meer aandacht te besteden aan de visuele presentatie van de waar. Het resultaat waren de opvallende kerstpakketten en relatiegeschenken waarom Wijnhandel Peeters nog steeds bekend staat.

Exorbitante pakketten
“Die pakketten leverden veel nieuwe klanten op,” vertelt Carla. “En recessie of niet, men wilde het steeds luxer en groter. Het was niet aan te slepen.” Samen met zoon Moritz bedacht Carla telkens weer nieuwe ideeën voor steeds exclusievere pakketten. “We zweepten elkaar gewoon op. Ieder jaar legden we de lat hoger. Er zaten exorbitante pakketten bij van duizenden guldens. En die verkochten we nog ook!”

Relatiegeschenken in de Gelachkamer

Steeds meer ideeën
“Moritz had al meteen een zakelijke instelling,” zegt Carla over haar zoon. Waarop deze aanvult: “Zodra ik zelfstandig met een steekwagentje over straat kon, hielp ik mee in de zaak met bestellingen wegbrengen.” Gaandeweg ontwikkelde Moritz steeds meer ideeën voor producten met een bijzondere vormgeving. Eén zo’n idee was de ‘Collection d’Art en Bouteille’ – flessen als kunstwerken. “Ik kende een decoratieschilder,” vertelt Moritz. “Samen zijn we gaan nadenken over hoe we zijn werk konden combineren met onze producten. Hij is flessen wijn – en ook andere flessen – gaan beschilderen in verschillende stijlen. Ook maakte hij setjes van bijvoorbeeld een drieliterfles, een karaf en een barmeubeltje, allemaal beschilderd. Het zag er schitterend uit.”

Wijn weer in de hoofdrol
Mogelijk is het mede aan deze creatieve oplossingen te danken dat Wijnhandel Peeters de moeilijke jaren tachtig doorkwam. Maar het werd té groot, zeggen zowel Carla als Moritz: “Ieder jaar stond de Gelachkamer vol met pakketten, er was geen plek meer voor iets anders.” Toen in de jaren negentig de economie flink aantrok, profiteerde het Scheepvaartkwartier daarvan mee. De kantoren werden weer in gebruik genomen en er verrezen nieuwe appartementencomplexen. Het werd tijd om weer meer aandacht en ruimte te besteden aan de oorspronkelijke handel: wijn.

Blijvend gericht op topsegment
De relatiegeschenken en kerstpakketten spelen nog steeds een prominente rol; jaarlijks zijn nieuwe creaties te bewonderen in de showroom achter de Gelachkamer. Maar daarnaast zijn de proeverijen weer terug, ieder jaar twee series. En het assortiment topwijnen is uitgebreid. Want, zegt Moritz: “We moeten alert blijven op de ontwikkelingen in de markt en de maatschappij. Het aantal mensen dat bereid is geld uit te geven aan goed eten en drinken stijgt nog steeds. Daarom blijven we ons richten op het topsegment. De glorietijd van de havenbaronnen is wel voorbij, maar onze zaak trekt nog steeds klanten die iets bijzonders zoeken.”

Marinus Peeters sr.          Carla Peeters-Langendam          Moritz Peeters